Kunst en Democratie: Citaten van intellectuelen en kunstenaars

Citaten van intellectuelen en kunstenaars

  • “Mijn wraakgevoelens zijn er echter opdat de misdaad een morele realiteit zou worden voor de misdadiger, opdat hij zou worden meegesleurd in de waarheid van zijn wandaad.”

    Jean Am�ry, Ressentiments (radio-essay voo de S�ddeutsche Rundfunk), 7 maart 1966, gepubliceerd in: ‘Jenseits von Schuld und S�hne. Bew�ltigungsversuche eines �berw�ltigten’, 1966

  • “Toen we jong waren, hebben we zelf onze wegen, de wegen van de strijd, gevonden. We wilden onafhankelijkheid, vrijheid en vrede.”

    Pierre Durand in een gesprek met Sonja Staar, maart 1995, Kulturjournal Weimar, april 1995

  • “Ik moet een hele reeks idee�n over boord gooien, idee�n waarmee ik vertrouwd was en die me na aan het hart lagen. Alles moet aan een nieuw onderzoek onderworpen worden.”

    Leopold Flam, dagboekfragment van oktober 1944, vermoedelijk pas op het eind van de jaren ’40 geschreven

  • “Geconfronteerd met alle documenten, moet de jeugd begrijpen dat de gevangenen, met modder of vuilnis bedekt, halfdood geslagen, verwond of gefolterd, hun waardigheid konden bewaren. Alleen de beul had zijn eer verloren. ”

    Jos� Fosty n.a.v. de opening van de tentoonstelling ‘Overlevingsmiddel, getuigenis, kunstwerk, beeldherinnering’ in Buchenwald, 22 februari 1998

  • “Ons geloof was in vele opzichten een profane wensdroom, die in hoge mate beladen was met ideologisch ongeduld en met dogmatisme, dat leek op geloofsbelijdenissen.”

    Ern� G�ll in zijn Hongaars essay ‘Overpeinzingen over de Ettersberg’, 1981

  • “Ik weet wat een concentratiekamp is, ook al heb ik de gaskamers niet meer gezien. En toch kan ik niet haten. Wie met ziende ogen door die tijd is gegaan, heeft een re�le kant van de wereld en de mensen gezien die verschrikkelijk is. Zo verschrikkelijk dat nog maar ��n reactie mogelijk is: erbarmen.”

    Robert Raphael Geis aan Karl Barth, Haifa, 6 november 1945

  • “Ik wist helemaal niet of ik een jood was of iemand anders een niet-jood. Wie had daar belangstelling voor? Maar opeens was het zo (�) Met het complex dat je daardoor opgezadeld kreeg, loop ik nog altijd rond.”

    Helmut Goldschmidt in een interview met Axel Do�mann in Keulen, 6 maart 1999

  • “Het al te sterke isolement van alle fenomenen die samenhingen met het fascisme zou ons tot het verkeerde inzicht kunnen verleiden dat het nazisme een specifiek Duits verschijnsel was en dat de andere volkeren er eo ipso immuun voor zouden zijn.”

    Franti�ek Graus, ‘Geschiedschrijving en nationaal-socialisme’, 1968

  • “Men kan zeggen dat dezelfde gebeurtenis tegelijkertijd aan verschillende vormen van collectief bewustzijn raakt� Maar is het werkelijk een en dezelfde gebeurtenis als ze door elk van die denkwijzen op een andere manier wordt voorgesteld en verwoord?”

    Maurice Halbwachs, ‘Het collectieve geheugen’, postuum uit zijn nalatenschap gepubliceerd

  • “Wat betekent het dat precies ik, een jood, me geroepen voelde te allen prijze het leven van een jongen te redden die joden had bedrogen en beroofd?”

    Jacob Hemelrijk, ‘Zeven maanden concentratiekamp’, 1952

  • “Het kosmopolitisme van de concentratiekampen bracht me tot de diplomatie, waarvan ik al voor 1943 in Londen gedroomd had.”

    St�phane Hessel, uit ‘Tanz mit dem Jahrhundert’ (Dans met de eeuw), Berlijn 1998

  • “Onvoorstelbaar, dat is een woord dat je niet kunt delen, dat niet lichtvaardig mag gebruikt worden. Het is het makkelijkste woord. Als je met dit woord als schild om je heen rondloopt, met dit woord van leegte, dan wordt je pas zekerder, vaster, blijft je geweten weer overeind.”

    Robert Antelme, ‘De menselijke soort’ (L’esp�ce humaine, 1947)

  • “Hier ben ik incognito, want dit is voor mij niet belangrijk. Dit zijn geen herinneringen, het is onderzoekswerk.”

    Felicja Karay in een interview met Axel Do�mann en Christian Sch�lzel op 1 mei 1998 in Weimar

  • “Vrienden zeggen me: het is een genade Gods dat je ontsnapt bent aan de dood. Moet ik misschien dankbaar zijn dat mijn vrouw, mijn twee kinderen, mijn ouders en mijn broers en zussen vergast werden en dat Hij mij liet leven? Moet ik de barmhartige God misschien nog bedanken dat hij de daders liet leven? Wie moet ik aanklagen?”

    Fischel Libermann in zijn toespraak n.a.v. de opening van de tentoonstelling ‘Overlevingsmiddel – getuigenis – kunstwerk – beeldherinnering’ in de Gedenkplaats Buchenwald, 22 februari 1998

  • “Een levendig engagement is niet mogelijk in een ivoren toren. In tijden van oorlog en vernietiging zijn esthetische gymnastiekoefeningen en het decoratief aanbrengen van leestekens misplaatst.”

    Boris Lurie, ‘Involvement Show Statement in de March Gallery’, New York, 1961, geciteerd in: ‘NO!art’, 1988

  • “Na een jaar Buchenwald begreep ik dat het leven helemaal niet was zoals ik geleerd had – het leven noch de maatschappij. Was nu Buchenwald of was de gewone wereld – dat wat wij het normale leven noemden – verkeerd?”

    Jacques Lusseyran, ‘Het teruggevonden licht. Het levensverhaal van een blinde in het Franse verzet’, in 1963 in de VS verschenen, in 1991 in het Nederlands vertaald

  • “Wat moeten we doen in een wereld waarin ook de beste kameraden liegen omdat iedereen het doet en omdat het liegen al tot het wezen van de mens behoorde, net zoals het vroeger ertoe behoorde dat je de waarheid zei?”

    Arno�t Lustig, in ‘Het donker kent geen schaduw’, 1997 (in 1991 voor het eerst verschenen in Praag)

  • “Na de oorlog (�) heb ik me opgesloten in een cocon om niet door mijn herinneringen overstelpt te worden en om hier te kunnen leven.”

    Arno Lustiger in een interview met Axel Do�mann, 4 maart 1999 in Frankfurt am Main

  • “Als herinnering aan een afschuwelijke tijd, waarin er echter ook prachtige momenten waren.”

    Opdracht van Henri Pieck aan zijn voormalige medegevangene Jakob Hemelrijk in zijn map met tekeningen uit Buchenwald

  • “Normale mensen weten niet dat alles mogelijk is. Zelfs als de bewijzen hun verstand dwingen om het toe te geven, weigeren hun spieren nog. De concentratiekampgevangenen weten het.”

    David Rousset, ‘L’Univers concentrationnaire’, Paris 1946/1998, p. 181-182, geciteerd in ‘The other kingdom’, p. 168

  • “(�) nooit zou ik de beelden van Giacometti kunnen bekijken zonder te moeten denken aan de merkwaardige manier waarop de mensen in Buchenwald liepen�”

    Jorge Sempr�n, ‘L’�criture ou la vie’, 1995

  • “Vanaf de zesdaagse oorlog begon ik mijn joodse jaren te schilderen. Dat bracht me na verloop van tijd tot de bijbel. En algauw werkte ik heel hard om duizenden en duizenden joden in mijn schilderijen af te beelden – omdat ik hen leven teruggeef.”

    Walter Spitzer in een interview van de BBC-film ‘The Art of Holocaust’, London 1986, soundrol 80, script, p. 2

  • “Elke schrijver heeft een thema. Het mijne is het antifascisme, en ik beschouw de literaire verwerking ervan als een van de belangrijkste en meest actuele taken van onze socialistische literatuur.”

    Bruno Apitz, ‘Antifaschismus heute’, in : Neue Deutsche Literatur,14/1966

  • “Doe je het goede uit eerbied voor het beeld dat je van jezelf hebt, en het kwade omwille van de situatie van diepe verachting waarin je je bevindt?”

    Paul Steinberg, �Chronique d’ailleurs’, 1996

  • “Zelfs wanneer je in leven blijft, zul je je schamen om over deze dingen te schrijven. Je zult alleen maar naar hartverheffende woorden en wonderen zoeken. Maar de misdadige waarheid zul je altijd onderdrukken of maar voor de helft meedelen.”

    Mordechai Strigler, ‘Majdanek 1948’ (Jiddisch), vertaald uit de Franse vertaling, Parijs (1998)

  • “We moeten een morele orde vinden waarin de mens voor de ander niet vijandig is, vertrouwen dus. Daarvoor werk ik. Misschien luistert er toch nog iemand.”

    J�sef Szajna in gesprek met Detlef Hofmann in mei 1989 in Loccum, in: Loccumer Protokollen 14 (1989)

  • “Het echte avontuur van mijn leven was niet Buchenwald, maar het schilderen.”

    Boris Taslitzky in een interview met Naomi Tereza Salmon op 10 april 1999 in Weimar

  • “Of iemand opstaat tegen het onrecht is geen kwestie van zijn wereldbeschouwing maar van het hart.”

    Ernst Wiechert, ‘Das zerst�rte Menschengesicht’, lezing op 17 oktober 1949 in Wenen, geciteerd uit een radioscript van de ORF

  • “Maar, zult u me zeggen, wat blijft er dan nog over? De hoop ondanks alles en ondanks onszelf? Misschien de vertwijfeling? Of het geloof? Het enige wat overblijft is de vraag.”

    Elie Wiesel, ‘Maak gebeden uit mijn verhalen’, 1986

  • “Ik heb het gevoel gehad dat ik, na alles wat ik in het kamp heb meegemaakt, niet lang zou leven.”

    Robert Bardfeld in een gesprek met Christian Sch�lzel in Praag op 25 maart 1999

  • “Altijd (…) denken we terug aan de doden, die de strijd van het verzet tegen de nazi-dictatuur heeft gekost. Niet velen onder het Duitse volk doen dat met ons (�) Daardoor krijgt dit herinneren een bijzonder menselijk aspect en een politieke betekenis.”

    Hermann Brill, toespraak ter gelegenheid van de herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de nazi-terreur in de Westendsynagoge in Frankfurt am Main, 19 oktober 1952

  • “Door boeken te schrijven vervul ik mijn plicht tegenover diegenen die het niet overleefd hebben. Want steeds weer hoorden wij van de stervenden: ‘Vergeet ons niet. Wees onze getuigen!'”

    Danuta Brzosko-Medryk in gesprek met Christian Sch�lzel en Krystyna Rudolf in Berlijn, 1998

  • “Een kunstwerk is een daad van geloof aan de waarde der dingen.”

    Josef Capek, ‘Geschreven in de wolken’, ontstaan tussen 1936 en 1939

  • “Het systeem van terreur in Hitlers staat kun je pas begrijpen als je inziet dat hij vooral de vrijheid van het individu en het spontane handelen wilde veranderen in bereidwillige onderworpenheid.”

    Bruno Bettelheim, ‘Massificatie en zelfbehoud’ (1965) (The informed heart, Autonomy in a Mass Age, 1960)

  • “Deze jaren in het concentratiekamp zijn in de waarste zin van het woord mijn school voor het leven geworden. Daar werd mij (�) ingehamerd dat discipline, solidariteit, standvastigheid en trouw aan je overtuiging het belangrijkste in het leven zijn. ”

    Emil Carlebach in een interview, november 1995

  • “Ik ben nooit vroom geweest. En sinds de kampen geloof ik niet meer in God. Dat kan ik u wel zeggen. (�) Ik kan niet zeggen dat God een wijze man met een witte baard is die goedmoedig glimlacht (…). Hij heeft veel problemen met zijn vijf miljard onderdanen. ”

    Vasile Dan in een gesprek met Christian Sch�lzel en Gabriella Roth in Cluj-Napoca, 8 augustus 1998

  • “Medisch gezien hebben we allemaal overleefd in onze slechte toestand, door middel van verdringing in het onderbewuste (�) Het sluimert en komt op vele momenten naar boven.”

    Rudi Debijadji in een gesprek met prof. Lazar Rusov en Christian Sch�lzel in Belgrado, 27 augustus 1998

  • “De verwezenlijking van de revolutionaire volksmacht, die al in 1941 begon (�) was het begin van de schepping van een nieuwe wereld. ”

    Sergije Dimitrijevic, 1949

  • “Ik meen te mogen zeggen dat een deel van hen lijden aan een ziekte van het Ik, die erin bestaat dat ze hun wensen niet zo vorm geven dat die binnen de grenzen van de wet kunnen vervuld worden. ”

    Ernst Federn, ‘Als Psychoanalytiker im Strafvollzug’ (Als psychoanalyticus in het gevangeniswezen), 1994, in: Festschrift zum 80. Geburtstag von Ernst Federn, 1994

  • “Ik wou dat ik kon zeggen dat er een discontinu�teit bestaat, dat de mensen en gebeurtenissen anders zijn dan hun huidige erfgenamen en dat in het schemerduister van de historische tijd geen directe verbindingen tussen hen aanwijsbaar zijn. ”

    Mirjana Gross in gesprek met Darko Hudelist, in: Erasmus, 1/1993

  • “Als mijn naam me schaadt, wat ben ik met mijn geest? Een dichter die Gr�nbaum heet is er geweest.”

    Fritz Gr�nbaum, 1909

  • “Vrijheid die gescheiden wordt van gelijkheid en broederlijkheid, heet niet meer vrijheid. Ze heet ego�sme� De binnen de muren van de natie opgesloten vrijheid heet niet meer vrijheid, ze heet oorlog.”

    L�on Blum in zijn dagboek van 1942

  • “Ik was geen vechter. Niet eens tegen fascisme en oorlog. Ik was vijftien jaar en omwille van mijn joodse afkomst gevangen genomen. En van mij valt niets bij testament te vermaken.”

    Ivan Ivanji tijdens een radio-feature, 11 april 1995

  • “In het kamp wist men nooit wat goed en wat verkeerd is. Als je de keuze had, wist je nooit wat de juiste variant zou zijn. ”

    Mikl�s Kall�s in een gesprek met Gabriella Roth en Christian Sch�lzel in Cluj-Napoca, 8 augustus 1998

  • “De zelfmoord die klaarblijkelijk het beste bij mij past, is het leven.”

    Imre Kert�sz, ‘Galeiendagboek’, 1993

  • “Ik (�) heb het nu, in mijn twee�nzeventigste levensjaar, nog steeds, dat je in je droom wild om je heen slaat en de hele tijd vecht (�) Je wordt wakker, badend in het zweet, omdat je de oude situatie weer helemaal herkende (�) Het is niet alleen het werk dat je doet vergeten, het is het engagement voor bepaalde doelstellingen.”

    De dromen van de slachtoffers’, Eugen Kogon in gesprek met Jan Bastiaans, 1976

  • “Tussen de skeletten met een nauwelijks nog levende, kreunende ziel, tussen kwellingen en vloeken, als spot met het leven, als droevige herinnering groeide daar een boom met een groene kruin.”

    Lojze Krakar, ‘De boom van de dichter in het kamp van de dood’, geschreven in Buchenwald, over de Goethe-eik, lente 1945

  • “De anticulturele tijden zijn op zich waardeloos, maar ze zijn blijkbaar onontbeerlijk voor de Europese ontwikkeling (�) Er wordt (�) een op zich volledig zinloze chaos geschapen, die echter noodzakelijk is voor het herstel van een nieuwe orde.”

    Hans Litten, ‘Kunst’, typoscript, rond 1926

  • “O Buchenwald (…) we willen ondanks alles ja zeggen tegen het leven, want eens komt de dag: dan zijn we vrij!”

    Fritz L�hner-Beda, Buchenwaldlied, 1938

  • “Ik heb altijd strikt de Duitse cultuur en die vreselijke twaalf jaren gescheiden� Mijn favorieten zijn ook nu nog Thomas Mann of Feuchtwanger � En natuurlijk de oude klassiekers. En natuurlijk de Duitse muziek.”

    �tep�n Luck� in gesprek met Christian Sch�lzel in Praag, 20 mei 1998

  • “Vooruitgang betekent experimenteren en experimenteren betekent, zelfs met de bekwaamste handen, een bepaalde hoeveelheid niet-productieve arbeid en ettelijke mislukkingen.”

    Willem van Bodegraven, ‘De architect en zijn opdrachtgever’, voordracht in de vroege jaren ’50, uit de nalatenschap

  • “Ik geloof aan God de heer, die zich wel niets laat gezeggen (�) het is niet altijd gemakkelijk om zich geduldig in zijn lot te schikken en af te wachten. ”

    Paul Morgan, 1923

  • “Toen ik (�) mijn proefschrift over de concentratiekampen verdedigde, vond Merton, terugkomend op mijn tirade: ‘Hier hebben we echter een studie voor ons (�) maar totaal zonder cijfermateriaal als bewijs.’ (�) Waarop ik met nadruk antwoordde: ‘Dit hier is een kwantitatieve studie, waarbij alleen de getallen ontbreken, omdat ik ze onder de gegeven omstandigheden niet gemakkelijk bij elkaar kon krijgen.’ ”

    Paul Neurath aan Christian Sch�lzel, 27 mei 1999

  • “Als voormalig gevangene van het (�) concentratiekamp Weimar-Buchenwald (�) zou mijn herinnering aan het vreselijke kamp met de tijd vervaagd zijn (�) als (�) de misdaden en de kampen in deze oorlog op het einde van de twintigste eeuw niet opnieuw tot leven waren gekomen. ”

    Tomislav Novak, ‘Buchenwald. Getuigenis’, 1996

  • “Wat mij recht houdt is de gedachte aan Eva en aan het plichtsbesef dat in mijn leven gedurende zes decennia tot een innerlijke dwang is geworden. ”

    Friedrich von Rabenau, gevangenisdagboek, 29 oktober 1944

  • “Is er (�) nog een manifeste bekentenis voor nodig, dat wij allen (�) de medeverantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de mensheid op ons moeten nemen en zo onze stem moeten verheffen tegen alle ketterijen op het gelaat van onze broederlijkheid, om er met alle mensen voor op te komen dat er geen humaan, politiek of cultureel doel mag bestaan dat als voorwaarde voor zijn realisatie de bedreiging van een ander deel van de mensheid inhoudt. ”

    Hugo Rokyta, dankrede uit naam van de laureaten van de Gottfried-von-Herder-prijs, gehouden aan de Universiteit Wenen, 30 april 1965

  • “Het was (�) in het concentratiekamp Buchenwald �In het halfduister van een hoek begon ik (�) dertig schetsen in houtsnede te ontwerpen: het beeldverhaal van een jonge gevangene, aan wie ik de kennis en de ervaringen doorgaf, die ik voor en tijdens mijn gevangenschap had verzameld. ”

    Herbert Sandberg, ‘Spiegel eines Lebens’, 1988

  • “Ik heb geen toevallige indrukken maar herinneringen geschilderd. De tijd heeft van mij wel iets anders ge�ist, het doorleefde te begrijpen, te zoeken welke banden er bestaan tussen het verleden en het heden.”

    Michail Sawizki in de ‘Pravda’, 14 oktober 1975

  • “Mijn zwaarste traan wil nu naar buiten, zie ik de God zo godgelijk zijn ogen sluiten. ”

    Heinrich Steinitz, uit ‘Goethe’, geschreven in het KZ Buchenwald, tussen 1938 en 1942

  • “de persoonlijkheid overschrijdt in haar universaliteit onvermijdelijk alle � grenzen, met uitzondering van deze verheven gemeenschap van het ‘humanum’ – van de mens als behoefte van de mens. ”

    Rudi Supek, ‘Die Produktionsgemeinschaft im Wandel’, in: Rudi Supek und Branko Bosnjak (Uitg.), Jugoslawien denkt anders, 1971

  • “Voor velen van ons was de deportatie een ontmoeting met een nieuwe cultuur. Ik denk dat er een cultuur van de deportatie bestond die te maken had met hoe we aan het lijden, de ellende, de kou, de slagen, de angst enz. hebben ‘gekauwd’ en ze ‘verteerd’. ”

    Yves-Pierre Boulongne in een interview met Axel Do�mann en Miriam Rouveyre op 27 maart 1999 in Marguerite-sur-Mer

  • “deze gelatenheid heb ik zeker en vast meegenomen uit mijn kinderjaren, ge�rfd van mijn voorouders; de gelatenheid van de paria (�) van de verlorene � Zonder die gelatenheid had het joodse volk nooit kunnen overleven, maar het is die gelatenheid die natuurlijk ook een zekere positieve ingesteldheid tegenover het leven en zelfs tegenover de dood veroorzaakt �”

    Fred Wander in een radiogesprek, 5 december 1995

  • “Het is mogelijk dat de jongste dag morgen aanbreekt, dan zullen we graag het werk aan een betere toekomst neerleggen, maar eerder niet.”

    Dietrich Bonhoeffer, ‘Nach zehn Jahren’, geschreven in de nieuwjaarsnacht 1942/43, in: Widerstand und Ergebung, 1946

  • “Zolang we oordelen, leven we nog. Maar door te treuren, sterven we.”

    H.G. Adler, ‘Die Erfahrung der Ohnmacht’, 1964

  • “Kon het schrijven van boeken maar (�) naar de hel worden gestuurd! Dat kan niet. Dus? Ja, er bestaat natuurlijk ook nog die degelijke weg, economische emigratie etc. ten spijt, namelijk de weg van Heine. En die zal men dan ook inslaan als het zover komt. Maar met hoeveel nauwelijks te sussen zelfverwijten ten opzichte van de situatie hier.”

    Jura Soyfer, 21 februari 1938, in : ‘Sturmzeit’, 1991

  • “De redding van de mens zal niet voortvloeien uit de geest van militaire gehoorzaamheid. ”

    Jean Burgers, ‘Binnenlands beleid’, in Les Cahiers du Libre Examen, februari 1940

  • “Over dat alles wil ik een lied maken. Het wordt een gedicht, een epos of eerder nog een cantate. Ja, hier zit stof in voor een cantate.”

    Robert Desnos tijdens een gesprek met Julien Cain, een uitzending van Radio 45, verschenen in ‘L’Hebdo de la Radiodiffusion fran�aise’, 2 november 1945

� 2000 – 2003 Kunst en Democratie

Scroll naar boven